Zorgmedewerkers gluren in patiëntendossier; wat te doen?

Iedereen heeft enkele weken geleden kunnen lezen over het patiëntendossier van Samantha de Jong, beter bekend als Barbie. Een groot aantal medewerkers van het Haga Ziekenhuis raadpleegde dit dossier, kennelijk gedreven door nieuwsgierigheid. Gluren in dossier Barbie duidt op groot cultuurprobleem, zo kopte het AD op 5 april jl.. Inmiddels heeft de Autoriteit Persoonsgegevens aangekondigd een onderzoek te zullen instellen.

De vraag is hoe de handelwijze van de betrokkenen arbeidsrechtelijk kan worden geduid. Een recente uitspraak van de rechter maakt dit helder.

In de eerst plaats zullen zorginstellingen, als het goed is, een gedragscode hebben waarin staat opgenomen dat het zonder functionele reden verboden is om patiëntgegevens in te zien. Een functionele reden is gebaseerd op een behandelrelatie en een goede administratie.

Deze gedragscodes vermelden vaak dat misbruik leidt tot een waarschuwing en dat bij herhaling ontslag (op staande voet) volgt.

Recentelijk oordeelde het gerechtshof Amsterdam in de situatie welke zich voordeed bij de Stichting Ziekenhuizen West-Friesland en Waterland. In die zaak had een secretaresse meerdere keren zonder functionele reden het elektronisch patiëntendossier (EPD) ingezien.

Het ziekenhuis had in de gedragscode ondermeer vastgelegd dat een medewerker uitsluitend toegang heeft tot het EPD voor zover en in de mate waarin dat noodzakelijk is voor een goed verloop en goede administratie van de patiëntenzorg. Bij oneigenlijk gebruik kan het ziekenhuis een waarschuwing geven of arbeidsrechtelijke maatregelen nemen (zoals schoring of ontslag), afhankelijk van de ernst van het misbruik of de overtreding.

De secretaresse handelde meerdere keren in strijd met de gedragscode en had al een waarschuwing ontvangen. Na een dienstverband van 16 jaar ontslaat het ziekenhuis haar op staande voet. Zowel de kantonrechter als hof Amsterdam laten het ontslag op staande voet in stand. De belangrijkste overwegingen van het hof zijn de volgende.

De secretaresse was bekend met de gedragscode. Deze code is ingebed in de cultuur van het ziekenhuis en wordt op de werkvloer regelmatig besproken. Het ziekenhuis heeft er groot belang bij dat de gedragscode strikt wordt toegepast. In het EPD staan vertrouwelijke gegevens van patiënten die onder het medisch beroepsgeheim vallen en waarmee uiterst zorgvuldig dient te worden omgegaan. Een onjuiste omgang met de privacygevoelige dossiers van patiënten kan daarnaast de reputatie van het ziekenhuis beschadigen. Voor de secretaresse, die bijna 16 jaar bij het ziekenhuis in dienst was, had dit glashelder moeten zijn. Daarbij is van belang dat de secretaresse in 2013 een officiële waarschuwing had gekregen vanwege het onterecht inzien van patiëntgegevens. Het ziekenhuis heeft haar toen medegedeeld dat bij een eventuele herhaling zwaardere arbeidsrechtelijke stappen zouden kunnen volgen, bijvoorbeeld een ontslag op staande voet. De secretaresse was, samengevat, een gewaarschuwd mens.

De wettelijke geheimhoudingsverplichting van de professionele zorgverlener is opgenomen in de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) en de Wet beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG).

Het niet-medisch personeel heeft een zogenaamde afgeleide geheimhoudingsverplichting, welke meestal in de arbeidsovereenkomst staat opgenomen.Ook veel cao's bevatten een geheimhoudingsverplichting, waaronder de cao Ziekenhuizen.

Ondanks het feit dat de geheimhoudingsverplichting dus juridisch is ingekaderd, doen zorginstellingen er goed aan bij indiensttreding van personeel in de arbeidsovereenkomst op de toepasselijkheid van de gedragscode te wijzen en de medewerker te laten verklaren dat deze van de inhoud kennis heeft genomen. Verder zal de werkgever op gezette tijden in werkoverleggen en dergelijke de gedragscode ter sprake moeten brengen. Tenslotte dient in een gedragscode te worden gewezen op de sancties die kunnen worden getroffen bij (herhaalde) overtreding, waaronder ontslag.

Het  ziekenhuis in de hierboven behandelde uitspraak had deze zaken goed geregeld en heeft volgens het boekje gehandeld. Dit leidde ertoe dat het ontslag op staande voet zowel bij de kantonrechter als het hof in stand bleef. Het feit van een lang dienstverband, de leeftijd en het verdere functioneren stonden in deze zaak aan een ontslag op staande voet niet in de weg.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via ns@windroosadvocatuur.nl, 06-20421687

Deel via: