Praktijk versus wetenschap

Mijn oog viel op een uitspraak van een rechter die weliswaar heel praktisch is, maar daardoor wel op gespannen voet staat met de wetenschap. De uitspraak is relevant voor degenen die te maken hebben met overname overeenkomsten en in het bijzonder activatransacties.

Er zijn goede redenen om voor ófwel een aandelenoverdracht te kiezen ófwel voor een activa-transactie. Bij de eerste neemt men de aandelen en dus de hele vennootschap over. Bij een activa transactie wordt alleen een onderdeel van een onderneming overgenomen. Laatstgenoemde is meestal veiliger, omdat je beter kunt afkaderen wat je daadwerkelijk koopt.

Een activatransactie bestaat voor een groot gedeelte uit overeenkomsten die worden overgenomen teneinde het mogelijk te maken om het bedrijfsonderdeel te exploiteren. Te denken valt aan een leverancierscontract, of juist een opdracht, of een huurovereenkomst.

Anders dan bij een aandelentransactie moeten deze contracten daadwerkelijk worden overgenomen. Dat gaat niet automatisch. Daarvoor is een rechtshandeling nodig. De wet bepaalt namelijk het volgende. “Een partij bij een overeenkomst kan haar rechtsverhouding tot de wederpartij met medewerking van deze laatste overdragen aan een derde bij een tussen haar en de derde opgemaakt akte”. In  goed Nederlands staat hier dat de verkoper een (bijvoorbeeld) opdracht kan overdragen aan koper als de verkoper dit met haar opdrachtgever overeenkomt.

Let wel: een overeenkomst gaat dus niet automatisch over naar de verkoper. Voor arbeidsovereenkomsten is overigens een uitzondering gemaakt.

In de activa overeenkomst nemen we dan ook clausules op om ervoor te zorgen dat dit probleem is afgedekt. Maar als de opdrachtgever in mijn voorbeeld niet wil, dan houdt het echt op. Dit betekent dus dat voor de belangrijke contracten bij een over te nemen bedrijf voorafgaand aan de overeenstemming over verkoop en koop ook duidelijkheid moet zijn of deze contracten wel naar de nieuwe eigenaar overgaan.

In een zaak waar het bijna mis ging was de koper van een bedrijfsonderdeel een procedure gestart tegen een niet betalende klant die een dienst afnam stellende dat het contract op de koper was overgegaan. Wat was het geval? Deze klant stelde zich op het standpunt dat hij geen overeenkomst had met de koper en dat die dus niet gerechtigd was een procedure te starten tegen hem. Een juridisch te verdedigen standpunt gezien hetgeen in de wet is opgenomen.

De rechter dacht iets praktischer omdat uit een wat oudere uitspraak van de Hoge Raad blijkt dat een wederpartij ook zonder expliciete toestemming kan instemmen meteen contractsoverneming. Een verklaring kan namelijk ook besloten liggen in een zwijgen. Een beetje als “wie zwijgt stemt toe”. Hoewel de koper van het actief wel een briefje had gestuurd aan de door haar overgenomen klanten, was hierop door deze klant/debiteur niet gereageerd. Er stond dus niet vast dat de brief/mededeling van de overname was ontvangen. Nu is de enkele mededeling van overname niet genoeg want de wet stelt dat een akte, en dus expliciete instemming, is vereist. Dus er zal iets van een handeling moeten zijn waaruit de instemming met de contractsovername moet blijken. De rechter achtte het betalen (voor zover dat gedaan was)  van facturen van de overnemer niet voldoende.Maar omdat het een vordering van niet betaalde facturen betrof kon de overnemer deze ook van de verkoper gecedeerd krijgen waarvoor geen medewerking maar alleen mededeling nodig is, beschouwde de rechter de vordering toch in gesteld door de juiste partij.

Strikt genomen was er geen cessie, maar omdat dit bij een afwijzend vonnis wel een volgende stap zou zijn geworden, kreeg de eisende partij toch gelijk. Dit is juridisch niet juist. Praktisch is het wel.

Ik zou niet de welwillendheid van een rechter afwachten, maar de transactie gewoon goed uitvoeren.

Mocht u over dit bericht nog met mij van gedachten willen wisselen, dan ben ik te bereiken op 06-50262027.

Deel via: