Opzeggen van een (duur)overeenkomst

Ondernemen is vooral doen. Zo kan het gebeuren dat een samenwerking tussen twee bedrijven eerst even wordt geprobeerd op kleine schaal om vervolgens steeds groter te worden. Het is dan niet onlogisch dat er geen (goede) schriftelijke vaststelling van de samenwerking plaats heeft gevonden. Daar komen bedrijven pas achter wanneer de samenwerking wordt opgezegd. Vaak is het dan zo dat een partij afhankelijk is geworden van de samenwerking en daarom de beëindiging aanvecht. Een samenwerking valt niet altijd binnen het wettelijk kader zodat (vaak) gesproken kan worden over een onbenoemde duurovereenkomst. Er dient dan op jurisprudentie terug te worden gevallen.

Indien partijen voor de opzegging van een onbenoemde duurovereenkomst geen opzeggingsregeling zijn overeengekomen kunnen de redelijkheid en billijkheid in dat geval de grondslag vormen voor het opzeggen van de overeenkomst. In de Nederlandse rechtspraak is tijden het beginsel gehanteerd dat een duurovereenkomst niet opzegbaar was. Inmiddels is dat anders, omdat het niet kunnen opzeggen van een overeenkomst in strijd wordt geacht met de contractsvrijheid. Ons hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, heeft in een aantal uitspraken geoordeeld dat een duurovereenkomst opzegbaar is. Verder is ook geoordeeld dat het hanteren van een opzegtermijn en de zwaarwegende opzeggingsgrond (reden) van belang zijn.

In ieder geval genoeg variabelen om niet altijd met zekerheid te kunnen zeggen wat rechtens juist is waardoor het van belang is om bij een samenwerking, eventueel tussentijds, stil te staan bij de mogelijkheid dat de relatie tot een einde kan komen.

In het algemeen kan ik stellen dat hoe langer samengewerkt is, hoe langer de opzegtermijn dient te zijn. Voor een opzegtermijn kunnen geen algemene regels gegeven worden, maar er is wel enige houvast. Ook de reden van de opzegging kan van belang zijn.

Uit dit samenspel kan voortkomen dat er een lange opzegtermijn gehanteerd moet worden als er veel is geïnvesteerd door de opgezegde partij en er een langlopende relatie was. Misschien zelfs een (aanvullende) schadevergoeding als er te korte opzegtermijn gehanteerd wordt.

Of wat te denken van een langere opzegtermijn als er eigenlijk geen goede onderbouwing voor de opzegging is, als er dan al opgezegd kán worden.

Vele varianten zijn mogelijk.

Zo mocht een distributeur worden opgezegd, ook al was er al een relatie vanaf 1988. De producent was het niet eens met het beleid van de distributeur dat er alleen op grote orders gejaagd werd. Het gevolg daarvan was namelijk dat de producent regelmatig stil kwam te liggen wat tot liquiditeitsproblemen leidde. Er was een opzegtermijn gehanteerd van 18 maanden. De rechter oordeelde dat er op juiste gronden en met inachtname van een redelijke opzegtermijn was opgezegd.

Kortom, veel juridische problemen kunnen worden voorkomen als in een samenwerkingsovereenkomst de gronden van de opzegging en een opzegtermijn opgenomen worden en van tevoren wordt nagedacht dat een relatie niet oneindig lang hoeft te duren.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via mg@windroosadvocatuur.nl, 06-50262027

Deel via: