Opnieuw Deliveroo-uitspraak: nu wél arbeidsovereenkomst

De kantonrechter Amsterdam heeft op 15 januari jl. bepaald dat een maaltijdbezorger van Deliveroo een arbeidsovereenkomst heeft. In juli vorig jaar besliste een andere kantonrechter (ook in Amsterdam) dat er tussen Deliveroo en een maaltijdbezorger geen arbeidsovereenkomst bestond. Over die eerdere uitspraak heb ik op 26 juli 2018 een blog geschreven.

Inde eerdere blog gaf ik aan dat een rechter iedere zaak beoordeelt aan de hand van (weging van) concrete feiten en omstandigheden. Aan de hand van die feiten en omstandigheden kan een beslissing over de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst of niet verschillend uitpakken.

Ook in deze recente zaak voerde de maaltijdbezorger zijn werkzaamheden eerst uit op basis van een arbeidsovereenkomst. De overeenkomst werd nadien vervangen dooreen zogenaamde partnerovereenkomst (juridisch te duiden als een opdrachtovereenkomst).

In deze partnerovereenkomst waren partijen onder meer het volgende overeengekomen.De verplichting om werkzaamheden te verrichten ontstaat pas op het moment da teen bestelling door de bezorger wordt geaccepteerd en door Deliveroo wordt toegewezen. De bezorger ontvangt een all-in vergoeding voor zijn werkzaamheden.De kantonrechter overweegt dat er in wezen sprake is van een raamovereenkomst met een uitgestelde prestatieplicht. Dit is het verschil met de situatie daaraan voorafgaand, waarin partijen een arbeidsovereenkomst hadden gesloten.Toen was de maaltijdbezorger verplicht om zich voor een minimale periode op te geven en gedurende de dienst waarvoor hij had ingetekend beschikbaar te zijn en te blijven, op straffe van ontslag op staande voet.

De kantonrechter vraagt zich echter af of de feitelijke uitvoering in de praktijk om beschikbaar te zijn een wezenlijke verandering heeft ondergaan. De kantonrechter overweegt in dit verband onder meer dat de bezorger er groot belang bij heeft zich aan te melden voor een sessie en bij het verkrijgen van extra inlogfaciliteiten door goed te presteren. Daardoor is van een algehele vrijheid om zich beschikbaar te stellen in feite geen sprake, in elk geval niet als de bezorger (voldoende) inkomen wil generen. De bezorger wordt geprikkeld om zo veel en zo goed mogelijk te presteren.

Ook op andere wijze dient de vrijheid om een bestelling te weigeren te worden genuanceerd. Als de bezorger een bestelling weigert, komt er een scherm tevoorschijn waarop de reden van de weigering kan worden ingevuld. Deliveroo kan echter ook uit het niet invullen van de reden haar conclusies trekken.

Dat op het (herhaaldelijk) weigeren van bestellingen niet meer de sanctie van ontslag op staande voet staat, vindt de kantonrechter niet doorslaggevend. De omzetting van het contract, de eenvoudige manier waarop het beëindigd kan worden alsmede de mogelijkheid om geen bestelling meer toe te wijzen, maakt dat op dit punt geen sprake is van een wezenlijke verandering.

Kortom:de verschillende gehanteerde (inlog)systemen en het hanteren van prestatiecriteria maken dat de vrijheid om een opdracht te weigeren aanzienlijk minder groot is dan het contract suggereert. Ook andere bepalingen in het contract,zoals de mogelijkheid om zich te vervangen, de betaling van stukloon,verplichte inschrijving in de Kamer van Koophandel en de mogelijkheid om zelf materiaal aan te schaffen, zijn op zichzelf en in samenhang bezien onvoldoende om te concluderen dat er geen sprake is van een gezagsverhouding.

De conclusie van de kantonrechter is dan ook dat de maaltijdbezorger zijn werkzaamheden in het kader van een arbeidsovereenkomst verricht.

Deze uitspraak zal niet de laatste zijn ten aanzien van de kwalificatievraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Ook deze kantonrechter (net als de kantonrechter in juli 2018) geeft aan dat als de juridische kwalificatie leidt tot onwenselijke uitkomsten, de wetgever aan zet is.

De wetgever is bezig met de rechtspositie van de ZZP-er. Het kabinet werkt onder andere de Arbeidsovereenkomst bij Laag Tarief (de zogenaamde ALT) uit. Het kabinet kijkt daarbij naar het hanteren van een minimum tarief. Dat zou inhouden dat zelfstandigen niet minder dan een uurtarief van € 15,= tot € 18,=betaald mogen krijgen. Daarbij moet er ook sprake zijn van een contract van meer dan drie maanden of een combinatie met reguliere bedrijfsactiviteiten. De meeste maaltijdbezorgers zitten (ruim) onder dat tarief. Gevolg hiervan zou dan ook zijn dat als de kabinetsplannen in wetgeving worden omgezet veel maaltijdbezorgers de juridische status van werknemer zullen gaan krijgen. Dit jaar zullen wij zien hoe de ontwikkelingen op dit vlak verder gaan.

Payrollonderneming WePayPeople denkt al extra werk aan te kunnen trekken naar aanleiding van de Deliveroo uitspraak. De onderneming adverteerde op 18 januari jl. in het Financieele Dagblad. WePayPeople merkt op dat behalve de rechter ook zij vindt dat een maaltijdbezorger recht heeft op een arbeidscontract en dus verzekerd is, vakantiedagen opbouwt, recht heeft op een pensioenregeling en wordt doorbetaald bij ziekte.

Laat die koeriers met rust, ze willen dit zelf, schrijft columniste Rosanne Hertzberger in de NRC van 19 januari. Als het om studenten gaat die wat bij willen verdienen heeft ze wel een punt. Voor andere werkers kan dat genuanceerder liggen.

Kortom: de ZZP-trom wordt met name ten aanzien van de onderkant van de markt door meerdere partijen geroerd. Ik ben benieuwd of het kabinet hier een uitweg in weet te vinden. Wordt vervolgd.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via ns@windroosadvocatuur.nl, 06-20421687

Deel via: