Kantonrechter Amsterdam: maaltijdbezorger Deliveroo heeft geen arbeidsovereenkomst

De kantonrechter Amsterdam heeft op 23 juli jl. bepaald dat een maaltijdbezorger van Deliveroo niet in dienst is, maar zijn werkzaamheden als zelfstandige verricht. De situatie is als volgt.

De maaltijdbezorger, een student, was eerst enige tijd werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Hij was daarbij aan bepaalde restricties gebonden. Zo was hij verplicht aan een oproep gehoor te geven. Indien hij drie keer geen gehoor zou geven aan een oproep, zou ontslag op staande voet volgen. Ook was het hem niet toegestaan voor een andere bezorgdienst te werken.

Deliveroo had aangegeven dat na het bepaalde tijdscontract de maaltijdbezorger een zzp contract (overeenkomst van opdracht) kon sluiten. De maaltijdbezorger gaf aan graag een dergelijk zzp contract aan te willen gaan.

Nadat het zzp contract was afgesloten, stelde de maaltijdbezorger zich (alsnog) op het standpunt dat er onverkort sprake is van een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat van een arbeidsovereenkomst geen sprake is. De kantonrechter toetst daarbij aan alle omstandigheden van het geval. Daarbij gaat zij niet alleen uit van rechten en verplichtingen die partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen stonden, maar ook op de wijze waarop partijen uitvoering aan de rechtsverhouding hebben gegeven. Alle omstandigheden dienen in onderling verband te worden beschouwd. De kantonrechter oordeelt in essentie het volgende. In de nieuwe contractuele setting mag de medewerker zelf beslissen of hij zichzelf aanmeldt voor werk, hij mag een bestelling weigeren en heeft ook de vrijheid om, zij het niet zonder consequenties, niet te gaan werken, ook al heeft hij een tijdvak gereserveerd.

Als de medewerker geen tijdvak heeft gereserveerd kan hij zich op elk gewenst moment aanmelden voor werk in een zone, tenzij het werk in die zone op dat moment is volgeboekt. In dat geval kan de medewerker zich ook nog in een andere zone aanmelden die op dat moment wellicht nog niet is volgeboekt.

De medewerker hoeft geen bedrijfskleding te dragen en mag een eigen thermobox gebruiken, zolang deze voldoet aan de veiligheidseisen. Verder mag hij ook opdrachten van een concurrent uitvoeren en zich laten vervangen door een ander. Tenslotte, zo oordeelt de kantonrechter, gaat het om een bijverdienste die voor de medewerker aanzienlijk hoger is dan de inkomsten die hij genereerde vanuit het eerdere dienstverband.

De kantonrechter besluit met de overweging dat wanneer het ongewenst wordt geacht dat platforms als Deliveroo overeenkomsten van opdracht aanbieden (in plaats van een arbeidsovereenkomst) de wetgever daartegen maatregelen zal moeten treffen.

Het is niet gezegd dat maaltijdbezorgers en andere werkers in de platformeconomie niet langer op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam kunnen zijn. Platform- medewerkers hebben uiteenlopende rechten en verplichtingen. Er zijn situaties waarbij de gezagsverhouding evident aanwezig is en situaties waarin dat juist niet zo is. Ook tussenvormen komen voor. De rechter beoordeelt iedere zaak aan de hand van de concrete feiten en omstandigheden. De grote mate van vrijheid die de Deliveroomedewerker had is voor de kantonrechter een belangrijke aanleiding om te concluderen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zijn die vrijheden er niet dan wel in mindere mate, dan kan een beslissing van de rechter ook anders uitvallen.

In dit verband is de parallel met postbezorgers interessant. Afgelopen jaren zijn hier meerdere rechtszaken over gevoerd. Ook daarin waren de omstandigheden verschillend. In de meeste zaken nam de rechter geen arbeidsovereenkomst aan.

Rechters leveren maatwerk in een concrete aan hen voorgelegde situatie. Het is de vraag of het huidig arbeidsrechtelijk kader adequaat is voor platformwerkzaamheden, zoals de work on demand situatie bij Deliveroo.

Het kabinet heeft de ambitie om de arbeidsmarkt weer in balans te brengen. Het stelt daartoe, kort gezegd, voor om een arbeidsovereenkomst te hanteren bij lagere tarieven en een opdrachtovereenkomst bij hogere tarieven. Het laat zich raden dat een maaltijdbezorger onder het lagere tarief zal vallen en in de visie van dit kabinet werkzaam zal zijn op basis van een arbeidsovereenkomst.

De uitspraak van de kantonrechter Amsterdam zal niet de laatste zijn ten aanzien van de kwalificatievraag: is er sprake van een arbeidsovereenkomst of niet? Geconstateerd kan worden dat het huidige (op sommige punten rigide) arbeidsrecht niet aansluit bij de maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften. Tegelijkertijd weet de politiek hier onvoldoende raad mee. Gevolg hiervan is bijvoorbeeld dat veel zzp'ers en hun opdrachtgevers niet weten waar ze aan toe zijn (denk daarbij ook aan de opschorting van de handhaving van de wet DBA tot 1 januari 2020).

Het kabinet zal in het najaar een nadere uitwerking van de beoogde (nu nog globale) maatregelen bekend maken. Het wordt interessant om te zien hoe die uitwerking zich gaat verhouden met de alle omstandigheden toets die rechters toepassen. Het hanteren van een tariefstructuur verdient misschien het voordeel van de eenvoud, maar hoe zit het dan met andere toetsingcriteria, bijvoorbeeld het wel of niet aanwezig zijn van een gezagsverhouding? Het laatste woord is hier nog niet over gezegd.

In de arbeidsrechtelijke literatuur doemt regelmatig de variant van een tussencategorie op. Ten aanzien van bepaalde categorieën werkenden zou een minder rigide ontslagregime moeten gelden en zou het verschil tussen bruto loonkosten en netto loon kleiner moeten zijn. Tegelijkertijd zou een minimum niveau aan rechtsbescherming voor de werker van toepassing moeten zijn. Het wordt tijd dat de wetgever het voortouw gaat nemen om in concrete en adequate regelgeving te voorzien. Zolang dat niet gebeurt zullen rechters in concrete zaken de kaders moeten aangeven. Zoals de kantonrechter Amsterdam in haar vonnis besluit: wanneer het ongewenst wordt geacht dat werkplatforms als Deliveroo overeenkomsten van opdracht aanbieden, zal de wetgever daartegen maatregelen moeten treffen. Hopelijk zal het kabinet in het najaar, zoals door minister Koolmees toegezegd, komen met een nadere uitwerking van de ambitie om de arbeidsmarkt weer in balans te brengen.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via ns@windroosadvocatuur.nl, 06-20421687

Deel via: