Handige voorwaarde in contract; Of toch niet?

Het mooie van contractonderhandelingen is dat je zelf tot op zekere hoogte de voorwaarden waaronder een overeenkomst tot stand komt in de hand hebt. Toch gaat het niet altijd zoals je bedacht hebt.

Veel Angelsaksische,en zeker ook steeds vaker Nederlandse, bedrijven hebben de gewoonte om te onderhandelen met zogenaamde ‘subject to’ bepalingen zoals ‘subject to contract’of, ‘subject to boardapproval’. Deze rechtsfiguur wil zoveel zeggen dat bijvoorbeeld een subject to contract- bepaling pas overeenstemming is bereikt wanneer een contract is getekend. Naar Nederlands recht kijken wij tegen een dergelijke bepaling anders aan. Zo kan het voorkomen dat er nog geen handtekening is gezet, maar de overeenkomst op alle essentialia is geregeld en er slechts nog kleine niet essentiële zaken afgesproken moeten worden. Daarbij komt dat aaneen houding van een onderhandelingspartij ook een bepaalde verwachting zou kunnen worden toegedicht.

Wanneer deonderhandelingen naar Nederlands recht plaatsvinden is het dus van belang terealiseren dat er andere conclusies door de andere onderhandelaar getrokkenkunnen worden.

Naar Nederlands recht gebruiken we ook wel ‘subject to’ bepalingen. Dat zijn dan omstandigheden waaronder een overeenkomst tot stand komt. Dat is dan een opschortende voorwaarde. Bijvoorbeeld de opschortende voorwaarden van een schriftelijke overeenkomst. Of de opschortende voorwaarde dat de Raad van Toezicht of de andere leden van de Raad van Bestuur akkoord zijn met de inhoud van de tekst van de conceptovereenkomst.

Recent waser een partij in de zorgverlening die aan het onderhandelen was met een anderepartij over de verkoop en ontwikkeling van onroerende zaken. Er was eenopschortende voorwaarde bedongen dat de Raad van Toezicht goedkeuring diende tegeven aan de te sluiten overeenkomst.

Eenbestuurder had aangegeven dat de Raad van Toezicht akkoord was, maar dat deRaad wel de voorwaarde had gesteld dat de bank akkoord diende te gaan.

De anderepartij gaf aan dat de voorwaarde van toestemming van de Raad van Toezicht invervulling was gegaan, en eiste nakoming van de gemaakt afspraken.

Dezorgverlener gaf aan dat de opschortende voorwaarde (nog) niet in vervullingwas gegaan, omdat er geen instemming van de Raad van Toezicht was vanwege hetvoorbehoud.

Partijen twistten dus over de vraag hoe ver de opschortende voorwaarde van goedkeuring van de Raad van Toezicht strekte.

De rechter was van oordeel dat de ‘subject to’ bepaling zo ver strekte dat de Raad van Toezicht een voorbehoud mocht maken. De wederpartij van de zorgverlener mocht in dit geval (er waren ook nog wel wat andere aandachtspunten) aan de bepaling over de opschortende voorwaarden van goedkeuring van de Raad van Toezicht redelijkerwijs niet de betekenis toekennen dat de Raad van Toezicht haar goedkeuring niet mocht verlenen onder voorbehoud van goedkeuring van de bank.

De redenering hierachter is dat een Raad van Toezicht integraal toezicht behoort te houden en daarom een voorbehoud mag maken.

De conclusie die hieruit getrokken kan worden is dat zorgvuldige formulering van voorwaarden te allen tijde essentieel is bij (totstandkoming van) overeenkomsten.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via mg@windroosadvocatuur.nl,06-50262027

Deel via: