Geen transitievergoeding; wel billijke vergoeding voor werknemer. Hoe zit dat?

Onderstaand bespreek ik een recente uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden. Het gaat hier om Gerard Sanderink (eigenaar van Centric, leverancier van IT-diensten) en zijn ex-partner. Deze twee personen kunnen het inmiddels niet meer goed met elkaar vinden. Zij bestoken elkaar met talloze juridische procedures. Eén ervan heeft betrekking op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst met de ex-partner (hierna te noemen mevrouw B).

Wat was het geval? Mevrouw B was door Centric ontslagen in haar functie van directeur/bedrijfsleider. Dit ontslag leidde tot een procedure bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelde dat mevrouw B ernstig verwijtbaar had gehandeld, samengevat ten aanzien van drie punten:

·      het aan zichzelf uitbetalen van een bonus over 2018;
·      het toekennen van een onrealistisch hoge schadeloosstelling van € 500.000,- aan een medewerker;
·      het zichzelf toekennen van een salaris bij een concernvennootschap.

Mevrouw B ontving vanwege dit ernstig verwijtbaar handelen geen transitievergoeding.

In dezelfde uitspraak oordeelde de kantonrechter dat Centric op haar beurt een billijke vergoeding van € 44.000,- bruto (vijf maandsalarissen) aan mevrouw B moest betalen. De reden: Centric had de arbeidsovereenkomst opgezegd zonder instemming van mevrouw B, dat leverde ernstige verwijtbaarheid aan de kant van Centric op.

In hoger beroep oordeelde het Hof ook dat mevrouw B ten aanzien van de hierboven genoemde drie punten ernstig verwijtbaar had gehandeld en dus geen recht heeft op een transitievergoeding. Het Hof wijst tevens een hogere billijke vergoeding aan mevrouw B toe. Niet alleen vanwege het feit dat de opzegging niet volgens de regels was verlopen, maar ook op grond van andere ernstige verwijten van Centric jegens mevrouw B. Centric had namelijk salarisgegevens van mevrouw B doorgespeeld aan de media, had informatie over het conflict op de bedrijfswebsite geplaatst en had de mailbox van mevrouw B doorzocht. Het hof kent een billijke vergoeding toe van € 100.000,- bruto.

Op het eerste gezicht klinkt het vreemd. Een ontslagen werknemer die geen recht heeft op een transitievergoeding, maar wel op een billijke vergoeding. Maar: op grond van de wet is dit goed mogelijk. Een werkgever kan ernstig verwijtbaar handelen (en daardoor veroordeeld worden tot het betalen van een billijke vergoeding) onafhankelijk van de vraag of de werknemer een transitievergoeding toekomt. Dus ook in de situatie dat de werknemer zelf ook ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en geen aanspraak maakt op een transitievergoeding. Kortom: beide partijen hadden ernstig verwijtbaar gehandeld.

Overigens hadden zowel de kantonrechter als het hof de beoordeling van het verzoek om toekenning van een transitievergoeding drie aan mevrouw B gerichte verwijten beoordeeld (er was sprake een waslijst van 25 verwijten). Kantonrechter en hof gingen daarbij uit van de gedachte dat, als vast komt te staan dat deze drie verwijten kwalificeren als ernstig verwijtbaar handelen, het recht van mevrouw B op een transitievergoeding alleen al hierom vervalt. De andere verwijten hoeven dan niet meer te worden onderzocht.

Mevrouw B voerde met betrekking tot de transitievergoeding nog het volgende aan. Bij ernstig verwijtbaar handelen maakt een werknemer geen aanspraak op een transitievergoeding. Daar bestaat één wettelijke uitzondering op, namelijk als dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Mevrouw B wees daarbij op de hevige strijd die tussen haar en Sanderink was losgebarsten. Zij was een gewaardeerd en succesvol directeur, die van de ene op andere dag terecht was gekomen in een spervuur van onterechte beschuldigingen en een mediacircus. Zij bevond zich daardoor ineens op 65 jarige leeftijd, na een grote en onberispelijke inzet voor Centric gedurende 17 jaar, in een situatie waarin zij alles kwijtraakte. Om haar af te rekenen op fouten die zij mogelijk in de uitzonderlijke omstandigheden heeft gemaakt door haar geen transitievergoeding toe te kennen is onaanvaardbaar, aldus mevrouw B.

Het hof volgt mevrouw B niet in deze redenering. Zij was met haar opstelling zelf ook duidelijk over de schreef gegaan.
Kortom: dit is een situatie die worden getypeerd als van dik hout zaagt men planken. Eigenlijk alleen maar met verliezers. Gezien de lopende andere procedures zijn beide partijen voorlopig nog niet van elkaar verlost…

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via ns@windroosadvocatuur.nl, 06-20421687.

Deel via: