Frauderende werknemer en onderzoekskosten

Een werkgever die kosten maakt om fraudeleus gedrag van een werknemer op te sporen, kan deze terugvorderen als de fraude door de rechter is vastgesteld.

De kantonrechter 's-Hertogenbosch oordeelde vrij recent in een zaak waarin een medewerker van Tele2 meerdere iPhones aan verschillende klanten had meegegeven. Deze klanten hadden hiervoor niet betaald. Naast de waarde van de iPhones, ongeveer €3.000,-, wees de kantonrechter de vordering met betrekking tot interne onderzoekskosten (bijna €5.400,-) volledig toe.

Wanneer kan een werkgever gemaakte onderzoekskosten met succes van de werknemer terugvorderen?

In de eerste plaatst dient het redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt (oftewel: een redelijke verdenking die leidt tot vaststelling van frauduleus gedrag). In tweede plaats moet de omvang van de kosten redelijk zijn.

Stel dat een werkgever bij een verdenking van fraudeleus gedrag direct een extern bureau inschakelt , terwijl een eigen intern onderzoek tegen aanzienlijk lagere kosten tot hetzelfde resultaat had kunnen leiden, dan zal de rechter de externe kosten niet dan wel niet (volledig)toewijzen. Anderzijds: als (externe) onderzoekskosten in redelijkheid zijn gemaakt én de omvang de waarde van de verduisterde goederen gelden (ruim) overstijgt, dan hoeft dat geen beletsel voor toewijzing te zijn. Het hierboven geschetste voorbeeld van Tele2 illustreert dat.

In het geval dat vast staat dat meerdere werknemers zich aan het fraude schuldig hebben gemaakt, dan zijn zij in principe ieder voor het geheel van de gemaakte onderzoekskosten aansprakelijk. Gesteld dat één werknemer de onderzoekskosten volledig aan de werkgever vergoedt, dan hoeven de anderen niet meer aan de werkgever te betalen.

De betalende werknemer heeft dan voor het aandeel van de anderen verhaal op hen (de zogenaamde interne draagplicht).

Om een vordering tot terugbetaling van onderzoekskosten succesvol te laten zijn, zal een werkgever deze kosten deugdelijk moeten specificeren. Dit geldt zowel voor de interne als de externe onderzoekskosten.

Conclusie: als er een verdenking ten aanzien van fraude bestaat, onderzoek om de fraude vast te kunnen stellen noodzakelijk is en de omvang van de kosten redelijk is, dan zal verhaal van deze kosten op de werknemer mogelijk zijn. Een werkgever zal zich wel moeten  afvragen of het noodzakelijk is om direct een extern bureau in te schakelen, of dat een intern onderzoek volstaat. Met name in relatief eenvoudige gevallen zal een intern onderzoek doorgaans volstaan. Ook als de onderzoekskosten (aanzienlijk) hoger zijn dan de waarde waarop de fraude betrekking op heeft, zal dat niet aan toewijzing in de weg hoeven te staan.

Het bovenstaande geldt ook als een werkgever een werknemer verdenkt van overtreding van een non-concurrentie-, relatie- of geheimhoudingsbeding.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via ns@windroosadvocatuur.nl, 06-20421687

Deel via: