Ernstig verwijtbaar gehandeld, toch een transitievergoeding?

De wettelijke transitievergoeding is niet verschuldigd als een werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Bij een dergelijk handelen kan bijvoorbeeld worden gedacht aan diefstal, geweld op de werkvloer, seksuele intimidatie, het bij herhaling niet naleven van re-integratievoorschriften.

Toch zijn er situaties waarbij ernstig verwijtbaar handelen niet in de weg staat aan het (gedeeltelijk) toekennen van een transitievergoeding. De wet biedt deze mogelijkheid: de rechter kan de transitievergoeding geheel dan wel gedeeltelijk toekennen, als het niet toekennen ervan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Dat klinkt tegenstrijdig. Ernstig verwijtbaar handelen, maar toch een transitievergoeding toegewezen krijgen. Hoe zit dat? De wetgever heeft hierover opgemerkt dat een transitievergoeding op zijn plaats is in de situatie waarin de werknemer een relatief kleine misstap heeft begaan na een langdurig dienstverband.

Hoe gaan rechters met deze bepaling om? Uitgangspunt: de toets is voor de werknemer streng. Rechters moeten deze bepaling met terughoudendheid toepassen. Onderstaand volgen enkele voorbeelden uit de rechtspraak.

De supermarktmedewerkster: in een supermarkt gelden strikte huisregels ten aanzien van diefstal van en eten en drinken van artikelen, ook als deze bestemd zijn om weg te gooien. Een werkneemster heeft in 2015 en 2016 al meerdere keren waarschuwingen gehad met betrekking tot het niet inachtnemen van de verschillende huisregels. Begin 2017 wordt zij op staande voet ontslagen. Zij heeft een hap uit een donut genomen, die aan het einde van de dag zou worden weggooid.

De kantonrechter vernietigt het ontslag op staande voet: de rechter erkent het belang bij strikte handhaving van de huisregels, maar vindt een ontslag op staande voet een brug te ver. Dit gezien de persoonlijke en financiële gevolgen voor de werknemer, die inmiddels 17 jaar in dienst is, op een bijstandsuitkering zal zijn aangewezen en alleenstaande ouder is. Gezien deze omstandigheden kent de kantonrechter, hoewel er sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, 50% van de transitievergoeding toe.

Wangedrag: na eerdere waarschuwingen, maakt een schilder zich opnieuw schuldig aan wangedrag op de werkvloer. De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een grove fout, maar wel eenmalig (de eerdere waarschuwingen hadden (niet volledig) betrekking op dezelfde gedragingen). Ook hier spelen de lange duur van het dienstverband (23 jaar), de gevolgen voor de inkomenssituatie en de leeftijd  een rol.

Het doorspelen van toetsvragen door een docent en het door hem langdurig contact met een leerling onderhouden via social media: de kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een onvoldoende professionele afstand, terwijl de docent hier al eerder op was gewezen in een coachingstraject. De rechter kwalificeert het optreden als ernstig verwijtbaar handelen, maar kent toch een transitievergoeding toe.  

Er is in de ogen van de rechter sprake van een kleine misstap, in het belang van de leerling, welke niet is ingegeven door financieel gewin. De rechter kent de transitievergoeding voorwaardelijk toe, namelijk als de docent geen aanspraak kan maken op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.

Bij de hierboven vermelde eerste twee uitspraken valt wellicht nog iets voor te stellen bij het toekennen van een gedeeltelijke transitievergoeding. Al blijft een oordeel dat er ernstig verwijtbaar is gehandeld, maar tegelijkertijd sprake is van een kleine misstap (zoals de wetgever dat omschrijft), niet voor de hand liggend.

De uitspraak m.b.t. de docent gaat mijns inziens te ver. Vooral het doorspelen van antwoorden op toetsvragen valt mijns inziens op geen enkele wijze te rechtvaardigen. Ik zie in die situatie dan ook niet dat het niet toekennen van een transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn. Het contact onderhouden met een leerling via social media zou, hoe onwenselijk ook, nog niet in de weg hoeven staan aan het toekennen van een (gedeeltelijke) transitievergoeding. Maar het op voorhand doorspelen van antwoorden op toetsvragen valt toch niet anders te kwalificeren dan als een doodzonde, waarbij van geen enkele verzachtende omstandigheid sprake kan zijn. Een dergelijk optreden kan mijns inziens dan ook niet worden gekwalificeerd als een kleine misstap. Dat het handelen van een docent niet was ingegeven door financieel gewin maakt zijn misstap mijns inziens niet minder erg.

Tenslotte: het blijft een merkwaardige wetsbepaling: ernstig verwijtbaar handelen maar toch aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding. Overigens is het voorstelbaar dat rechters bij misdragingen in sommige gevallen afzien van het etiket ernstig verwijtbaar en mede aan de hand van de overige omstandigheden oordelen dat sprake is van (gewoon) verwijtbaar gedrag. In die situatie is namelijk de transitievergoeding onverkort verschuldigd.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via ns@windroosadvocatuur.nl, 06-20421687

Deel via: