Concurrentiebeding; zekerheid is een beperkt begrip

Eerder schreef ik over een concurrentiebeding waarbij het overeengekomen beding, de afwezigheid  van een dergelijk beding en een overnameovereenkomst aan bod kwamen. Het devies was (en is): oppassen. Het is belangrijk na te denken over het al dan niet opnemen van een concurrentiebeding of juist bij afwezigheid toch een verbod op concurrerende werkzaamheden bij de rechter te vragen.

Zo waren er twee collega’s die een concurrerend bedrijf gingen starten, maar toch nog even moesten wachten omdat de rechter hen veroordeelde tot behoorlijke boetes vanwege overtreding van het concurrentiebeding. Wat was het geval?

Er was bij een werknemer die voor onbepaalde tijd is dienst was een concurrentiebeding overeengekomen. Dat is naar huidig recht in beginsel rechtsgeldig zonder dat er de toets van noodzakelijkheid en zwaarwegend bedrijfsbelang op los gelaten wordt. Bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is de toets van het zwaarwegend bedrijfsbelang wel wettelijk voorgeschreven.

Eerder gaf ik aan dat een werkgever zo concreet als mogelijk deze noodzakelijkheid en het zwaarwegend bedrijfsbelang moet beschrijven en niet mag verzanden in algemeenheden.

In het beding van de zaak waaraan ik refereer was het volgende opgenomen:

“In de uitoefening van zijn functie zal werknemer kennis opdoen van een samenhangend geheel van financiële, organisatorische en (marketing)technische informatie die werkgever onderscheidt van zijn concurrenten en in belangrijke mate zijn marktpositie bepaalt. Werknemer krijgt bovendien, gelet op zijn functie volledige inzicht in de locatie waar werkgever actief is, alsmede de financiële positie van werkgever en haar klanten. Werkgever heeft er groot belang bij  dat voornoemde kennis niet gebruikt wordt door zijn concurrenten.”

De kantonrechter is van mening dat dit beding, in dit beoordeelde geval, voldoende specifiek ingaat op de kennis van werknemer en de belangen van de werkgever. Een rechtsgeldig beding waar de werkgever dus een beroep op kon doen.

Het is goed te lezen dat een concurrentiebeding, ondanks zware wettelijke eisen, niet altijd in het voordeel van de werknemer wordt beslist. Zelf ben ik van mening dat een beding als hier geciteerd nog best algemeen is. Wellicht dat er op de zitting meer informatie is verstrekt die het beding nader heeft ingevuld.

Het blijft zaak goed over de formulering na te denken.

Ook zonder concurrentiebeding kunnen concurrerende werkzaamheden verboden worden. Dat geldt niet alleen voor ‘normale’ werknemers, maar (juist) ook voor bestuurders.

Zoals meestal was het ooit prima samenwerken totdat er iets gebeurde waardoor aandeelhouders/bestuurders van een vennootschap niet meer met elkaar kunnen samenwerken.

Zo ook in het geval waar één van de bestuurders dacht een ander bedrijf op te kunnen richten om voor zichzelf dezelfde werkzaamheden te gaan doen als het bedrijf waar hij al werkte.

Er was geen concurrentiebeding. Het gerechtshof achtte zijn werkzaamheden ongeoorloofd, omdat hem werd verweten geen ‘open kaart’ te hebben gespeeld. Het hof was van mening dat van een redelijk bekwaam en handelend bestuurder een dergelijke houding wel verwacht mocht worden.

Ik vraag mij af wat er gebeurd zou zijn als er wel open kaart zou zijn gespeeld. Natuurlijk waren de andere bestuurders niet blij met zijn stappen en hadden ze hem die dan ongetwijfeld verboden. Zeker gezien de onenigheid die deze personen hadden. Misschien zou de vertrekkende bestuurder dan kunnen bepleiten dat de zittende bestuurders hem gewoonweg het leven zuur wilden maken.

Tja, een concurrentiebeding, het lijkt wel of de medaille meer dan twee kanten heeft.

Wilt u meer informatie of heeft u concrete vragen over dit onderwerp? Dan kunt u contact met mij opnemen via mg@windroosadvocatuur.nl, 06-50262027

Deel via: